De Gouverneur Toespraken

Terug naar Toesprakendec 15, 2011

Een Stap Voorwaarts Met Lering Voor De Toekomst. De Staatkundige Hervormingen van het Koninkrijk 2000 – 2010

Delivered by His Excellency Eugene B. Holiday
at the Book Presentation in the Hague

1. Inleiding


Mij is naar aanleiding van de presentatie van het boek “Gedeeld Koninkrijk, De ontmanteling van de Nederlandse Antillen en de vernieuwing van de trans-atlantische relaties” van Gert Oostindie en Inge Klinkers gevraagd een beschouwing te geven. In het voorwoord stellen de schrijvers, ik citeer: “Gedeeld Koninkrijk geeft een beschrijving en analyse van de context, het politieke en bestuurlijke proces en de voorlopige uitkomst van deze opmerkelijke variant in het wereldwijde dekolonisatieproces”(i). Daarbij wordt met nadruk gemeld dat het boek een beeld geeft van het Nederlandse beleid(ii). Ik complimenteer de auteurs van dit 372 pagina tellende boek dat op heldere wijze inzicht verschaft in de Nederlandse politieke verhoudingen, strategieën en beweegredenen waar het betreft het Caribische deel van het Koninkrijk.
Gedeeld Koninkrijk zou daarom verplichte literatuur moeten zijn voor politici en adviseurs, ook in het Caribische deel van het Koninkrijk, met als motto “Ken je vijand”, waarbij ik dat woord niet letterlijk bedoel, maar meer in de zin van “leer je onderhandelingstegenstanders kennen en begrijpen”. Het vergroot de kans op een succesvol verloop en afloop van onderhandelingen. Gedeeld Koninkrijk is als verplichte literatuur mogelijk nog belangrijker nu het proces is afgerond, met als motto “ken je partner”, aangezien wij gekozen hebben om samen verder te gaan. De schrijvers stellen immers: “De hier beschreven staatkundige veranderingen mogen dan primair de burgers van het Koninkrijk in de Caraïben raken, zij onderstrepen toch ook dat de eeuwenoude banden blijven bestaan, al dan niet harmonieus”(iii)..


Gedeeld Koninkrijk is bijzonder nuttig en roept onschatbare herinneringen op voor ingewijden omdat het schijnbaar onsamenhangende ontwikkelingen op geloofwaardige wijze in verband met elkaar weet te brengen. Ik gebruik bewust het begrip op “geloofwaardige” wijze, want op “ware” wijze is een brug te ver. Immers een ieder beleeft en beschouwt  de “werkelijkheid” op eigen wijze, en vanuit een eigen referentiekader.


Vanwege het feit dat de constitutionele veranderingen en voortdurende banden primair de burgers van het Caribische deel van het Koninkrijk raken zal ik van deze gelegenheid gebruik maken om een Caribische beeld te geven van het staatkundige hervormingsproces en wel specifiek een Sint Maartens perspectief. In that regard I hasten to emphasize the Sint Maarten perspective through my eyes. In het bijzonder wil ik de heer Dennis Richardson, een van mijn mede onderhandelingspartner namens Sint Maarten tijdens het ontmantelingsproces, bedanken voor zijn waardevolle bijdrage bij het schrijven van dit stuk.


Gelet op het verzoek heb ik er voor gekozen om mijn beschouwingen puntsgewijs te geven, aan de hand  van de vraagstelling(iv)(v) in Gedeeld Koninkrijk. Ik behandel daarbij achtereenvolgens 4 aspecten: (1) de achtergrond van de ontmanteling, (2) het verloop van het ontmantelingsproces, (3) het resultaat van het proces, en (4) enkele opmerkingen ten aanzien van de toekomst van het Koninkrijk.
Het is vanwege de brede scope van de materie en de beperkte tijd die ik vandaag heb voor deze beschouwing, niet mogelijk uitputtend te zijn.


2. Achtergrond: de ontmanteling van de Nederlandse Antillen


Dames en Heren,


Op de achtergrond vraag, waarom gekozen werd voor de volledige ontmanteling van de Nederlandse Antillen kan ik als volgt antwoorden.
Op 10 oktober 2011 hoorde ik een jongetje zijn moeder de vraag stellen: Why is today called Country Day? Zijn moeder aarzelde even en antwoordde: “Sint Maarten is vandaag, een jaar geleden, land geworden omdat het land de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010 op 55 jarige leeftijd overleed. De Nederlandse Antillen hadden namelijk hun hele leven aan een gebrekkige hart geleden dat veel moeite had evenredig het bloed naar haar verschillende lichaamsdelen te pompen. Zij is, op diezelfde dag onder groot eerbetoon door haar nabestaanden begraven.


De volledige ontmanteling van de Nederlandse Antillen was een onvermijdelijke zaak. De Nederlandse Antillen zijn ontstaan uit, althans vanuit een Sint Maartens oogpunt, een voorzetting van een historische fout “Curaçao en onderhorigheden”(vi) genaamd. Zij was al bij haar geboorte, door haar in de kern gebrekkige construct, gedoemd om te mislukken.


Het bestaan van de Nederlandse Antillen was zelfs al voor haar ontstaan een bron van wederzijdse irritatie voor de samenstellende delen.  Naslag van de literatuur wijst uit dat prominente Sint Maartenaren sinds 1911 pleitten voor afscheiding van de kolonie Curaçao en onderhorigheden. Het beschrijven van de lange geschiedenis van onvrede van de eilanden met het construct van een “centraal bestuur” op Curaçao is hier denk ik niet nodig. Gedeeld Koninkrijk beschrijft op verschillende plaatsen de onvrede met het gecentraliseerde bestuur op Curaçao. Wat echter wel van belang is om te benadrukken, is dat het mij steeds heeft bevreemd hoe “ongevoelig” Nederland was voor de gevolgen van deze bestuurlijke centralisatie op Curaçao voor de andere eilanden. Zelfs nadat alle eilanden – met uitzondering van Sint Eustatius – koos voor het opheffen van de Nederlandse Antillen bleven Nederlandse politici en ambtenaren in de onderhandelingen komen met voorstellen die dat “centrale bestuur” zouden voortzetten – als voorbeelden zijn hier te noemen: één politiekorps, één openbare ministerie en één Procureur Generaal op Curaçao! De gevolgen zijn eenvoudig op te sommen in een woord: “marginalisering”. Marginalisering van de overige eilanden in alle opzichten, zowel bestuurlijk, als financieel.


Marginalisering als gevolg van dominantie door entiteiten. De meerhoofdige Nederlandse Antillen met haar enkele hart was een gekunstelde constructie die de werkelijkheid ontkende van de verschillen tussen de eilanden en hun specifieke behoeften. Iedere dominante entiteit binnen de diverse interne constructies negeerde de behoefte van de overige entiteiten. Dit leidde tot een geleidelijke uiteenvallen van de Nederlandse Antillen en haar bovengenoemde begrafenis op de magische datum van 10-10-10.
Het geleidelijke uiteenvallen is met St. Maarten als dominante deel van de Bovenwindse eilanden begonnen. Het referentiekader voor St. Maarten als deel van die constructie was immers……. St. Maarten. Dat leidde in 1983 tot het uiteenvallen van het Eilandgebied De Bovenwindse Eilanden bestaande uit St. Maarten, St. Eustatius en Saba en het ontstaan van die drie eilandgebieden.
Vervolgens vertrok in 1986 Aruba wegens het overheersende optreden van Curaçao die primair als referentiekader hanteerde …… Curaçao. Daarmee was het referendum als instrument in de strijd tegen dominantie een effectief wapen geworden. Met het vertrek van Aruba uit het Nederlands Antilliaanse verband werd het dominante gedrag van Curaçao nog groter met als gevolg uitsluitend als referentiekader weer …………..Curaçao.


Het gevolg, raad eens: het uiteenvallen van het resterende deel van de Nederlandse Antillen.  Tot zover deze blik op de achtergrond van het ontmantelingsproces.

3. Het verloop van het ontmantelingsproces


Dames en heren,

Dit brengt mij op het tweede aspect van deze beschouwing: het verloop van het ontmantelingsproces. Het is mijns inziens een proces dat veel weg had van een rechtszaak met aan elkaar gewaagde advocaten aan weerszijden van de oceaan.  Er zijn tal van pleitnota’s geschreven en verdedigd. Zie in dat kader onder meer de rapporten: “Nu Kan het … Nu Moet Het”, “Toekomst in Zicht” en “Partners in het Koninkrijk”.

Er was sprake van uitbarstingen, waarbij partijen wegliepen. Het was interessant om te beschouwen hoe de woorden van het kader bepalend document – Het Statuut -  tot soms fundamenteel ander interpretaties kon leiden. Het was zoals in elke rechtszaak een woordenspel. In dat opzicht leek het meer op “scrabble” dan op de door de schrijvers in Gedeeld Koninkrijk gebezigde beschrijving schaken en domino. Immers partijen hadden toegang tot dezelfde letters, hun inzet was echter anders. De Raad van State van het Koninkrijk heeft daar waar de partijen er niet uit konden komen op kritieke momenten met haar voorlichtingen, die veelal als vonnissen werden overgenomen, geschillen beslecht. Uiteindelijk heeft het Koninkrijksparlement (lees de Nederlandse Tweede Kamer), tot onze verbazing bij de behandeling van de consensus rijkswetten, zich de rol van Hoge Raad toegedicht. Over terug onderhandelen gesproken.

Sint Maarten heeft als belanghebbende in dat proces een “key role” gespeeld. St. Maarten was de initiatiefnemer door uiteindelijk te opteren voor landstatus binnen het Koninkrijk nadat bleek dat substantiële veranderingen binnen de staatkundige structuur van de Nederlandse Antillen niet haalbaar waren.

De cruciale rol van St. Maarten bij deze processen blijft te vaak onder de korenmaat steken, wellicht door ons eigen toedoen, omdat wij onvoldoende de pen hanteerden om onze geschiedenis vast te leggen. En, zoals men weet, wie schrijft, die blijft. Gedeeld Koninkrijk is in die zin een toonbeeld van de eeuwenoude accenten in het Koninkrijk, te weten: de Nederlandse visie is bepalend voor het Koninkrijk als geheel; de Curaçaose visie is bepalend voor het Caribische deel van het Koninkrijk en de visie van de overige eilanden telt amper mee. De lezer zou dus de indruk kunnen krijgen dat de onderhandelingen een strikt Nederlandse en Curaçaose aangelegenheid was en in het verlengde daarvan ook de uitkomsten. Niets is echter minder waar.

Vandaar een summiere opsomming van enkele wapenfeiten van Sint Maarten tijdens de laatste staatkundige verandering en ontmanteling van de Nederlandse Antillen:


a. Ten eerste, de eilandgebieden hadden ondanks het zelfbeschikkingsrecht eigenlijk geen formele rol bij de totstandkoming van wetten in het kader van de staatkundige veranderingen, slechts de landen hadden een formele rol. Het is op initiatief en aandringen van St. Maarten dat een formele afspraak werd gemaakt en bekrachtigt. De afspraak garandeerde dat ook de eilandgebieden instemmingsrecht en betrokkenheid hadden gedurende het hele proces van staatkundige vernieuwing. St. Maarten was de initiatiefnemer en de voornaamster auteur van die afspraak.
b. Ten tweede, het is op initiatief van St. Maarten dat heden het Gemeenschappelijk Hof van Justitie rechtspersoonlijkheid bezit. Doel daarvan is geweest om het Hof meer zelfstandig te laten functioneren en niet afhankelijk te laten zijn van de bureaucratie of politieke winden van de landen voor wat betreft het beheer en management van hun organisatie.
c. Ten derde, Sint Maarten heeft op verschillende momenten het proces moeten dragen. Namelijk in de beginfase van 2000 tot 2004 en vervolgens toen Curaçao in 2006 uit het proces stapte.
d. Ten vierde, St. Maarten beschouwde zijn belang bij de Staatkundige verandering als bijzonder groot. Het was dan ook veelal tijdens de onderhandelingen op ambtelijk niveau dat St. Maarten de initiatiefnemer was voor het bouwen van bruggen. Maar niet tot elke prijs!
e. Ten vijfde, de St. Maartense ambtelijke onderhandelaars hadden ruime, zelfs zeer ruime onderhandelingsruimte en volle politieke backing. De grenzen waren duidelijk: niet instemmen met een landstatus, waarbij Curaçao wordt ingeruild voor Nederland; de staatkundige verhoudingen moeten worden geëerbiedigd. De aanwijzingsbevoegdheid van de Minister van Justitie van Nederland aan de PG van een der andere landen was in dat opzicht dan ook een absolute No! No! Even “No No” waren de voorstellen om het CFT directe bevoegdheden te geven om de regering en het parlement van de landen te overrulen bij de vaststelling van begrotingen. Daarvoor in de plaats kwam een adviserende rol van het CFT met ultimo de mogelijkheid van ingrijpen door de Koninkrijksregering. Het is bij deze belangrijk om te melden dat Sint Maarten van meet af aan geen voorstander was van de door Nederland aangeboden schuldsanering die bedoeld was om de nieuwe landen een gezonde financiële startpositie te geven. De houding van Sint Maarten was namelijk ingegeven door het feit dat zij vond dat de Nederlands Antilliaanse Schuld een Curaçaose schuld was en door het feit dat haar eigen schuldpositie relatief laag was. Achteraf gezien heeft de schuldsanering ertoe geleid dat de Sint Maartense schuldpositie  is toegenomen.
f. En ten slotte, eigen St. Maartense wensen op het gebied van “checks and balances” moesten bevochten worden: de staatsregeling als de hoogste wet van het land, een constitutioneel hof voor de eventuele toetsing van wetgeving aan de staatsregeling en de ombudsman als verdediger van de staatsregeling. Sint Maarten heeft met deze constitutionele toetsing een unieke voortrekkersrol in het Koninkrijk.

Op grond van het bovenstaande kan gesteld worden dat de standvastigheid, pragmatisme en eenheid van Sint Maarten in belangrijk mate heeft bijgedragen aan het bereikte resultaat in het ontmantelingsproces.

4. Het resultaat


Dames en heren,


Ten aanzien van het vierde aspect van deze beschouwing te weten een review van het resultaat zij hier opgemerkt dat de auteurs van Gedeeld Koninkrijk “on the mark” zijn met hun stelling over hoe het resultaat bereikt is daar waar zij stellen: “met een beroep op het zelfbeschikkingsrecht hebben de eilanden elkaar losgelaten” ”(vii)..


De keuze van Sint Maarten, met gebruikmaking van haar zelfbeschikkingsrecht via het referendum van 23 juni 2000, voor de status van land binnen het Koninkrijk, stoelt derhalve op de wens om binnen de kaders van het Statuut zelf haar eigen agenda en toekomst te bepalen. Dat het nog tien jaar na het referendum zou duren voordat die wens werkelijkheid werd, was niet voorzien. De op zorgen en twijfel ten aanzien van de bestuurskracht gebaseerde afwijzende houding van Nederland en het niet overtuigend meewerken van de Nederlands Antilliaans regering werd op Sint Maarten gezien en ervaren als een remmende factor en de reden voor het lange ontmantelingsproces. Het is daarom overigens voor Sint Maarten niet verbazingwekkend om in Gedeeld Koninkrijk te lezen: Enigszins ontluisterend is het dat zelfs verschillende Curaçaose onderhandelaren achteraf  hun twijfel uitspreken over het realiteitsgehalte van een apart land Sint Maarten(viii).


Dat het “halve eiland”  Sint Maarten, tijdens de onderhandelingen ook wel een gehucht genoemd, uiteindelijk land zou worden, stond bij de Sint Maartense onderhandelaars echter vast. De politici en adviseurs, Team Sint Maarten(ix) genoemd, gingen daarom, met de uitslag van het referendum van 23 juni 2000 in de hand, in het Koninkrijk op pad met de pleitrede voor de landstatus voor Sint Maarten binnen het Koninkrijk.


Over het bereikte resultaat kan gesteld worden dat deze deels, daar waar landstaken in consensusrijkswetten geregeld zijn, niet conform de oorspronkelijke visie heeft uitgepakt. Er is nadrukkelijker sprake van een toezichtregime. Het gaat dan primair om de taken in de rechtshandhavingsketen en het financiële kader. Het betreft bij de rechtshandhavingsketen primair de invoering van de verplichte overlegstructuren in Koninkrijksverband(x). Anderzijds gaat het bij het financiële kader om de introductie van het financieel toezicht in Koninkrijksverband – te weten de Rijksministerraad – die overigens formeel de toezichtstaak van het land de Nederlandse Antillen heeft overgenomen. En ten aanzien van het financiële kader kan gesteld worden dat de  begrotingsnormen in de consensus rijkswet financieel toezicht, inhoudelijk overeenstemmen met de bepalingen die Sint Maarten uit eigen beweging in de Staatsregeling en comptabiliteitswetgeving heeft opgenomen. Verschil is de aanwezigheid van het college financieel toezicht waarin Sint Maarten overigens vertegenwoordigd is. Ook zij opgemerkt dat de consensusrijkswet financieel toezicht in tegenstelling tot de andere consensus rijkswetten duidelijk “tijdelijk” is. Welke en of deze nieuwe structuur op termijn fundamentele gevolgen zal hebben voor het functioneren van Sint Maarten als autonoom land binnen het Koninkrijk moet nog blijken. Wat het antwoord ook moge zijn, de nieuwe staatkundige verhouding is een stap voorwaarts voor Sint Maarten. Het is aan de politiek en de inwoners van Sint Maarten om binnen de nieuwe kaders verantwoorde beslissingen te nemen en kansen te ontwikkelen in het belang van de bevolking van Sint Maarten. Het is daarbij belangrijk om te benadrukken dat de Koninkrijkspartners eveneens verantwoord om dienen te gaan met de nieuwe orde door waar nodig ondersteuning te verlenen in plaats van belemmeringen opwerpen. In die zin zie ik het bereikte resultaat als een stap voorwaarts voor Sint Maarten.

5. Toekomst van het Koninkrijk


Dames en Heren,

Met de stap voorwaarts wil ik tenslotte mijn beschouwing afronden met een blik op de toekomst van het Koninkrijk. Ik doe dat, omdat het opviel dat Gedeeld Koninkrijk begint(xi) en eindigt(xii) met het onafhankelijkheidsvraagstuk. Met dit onderhandelingsresultaat valt er namelijk bijna niets meer uiteen-te-vallen. Alhoewel, slechts het Koninkrijk nog en ……. Caribisch Nederland.

De vraag daarom is wat en hoe we verder willen met het Koningrijk? Willen wij het verder opdelen, willen wij de verdeeldheid vergroten of willen wij de gedeeldheid versterken. Het is ongeacht de richting die er uiteindelijk wordt gekozen aan te raden, lering te trekken uit onze gezamenlijke geschiedenis. Het kan immers nooit de bedoeling zijn om eerder gemaakte fouten te herhalen; en het doet er niet toe of je schaakt, domino speelt of scrabblet. De Engelse uitdrukking: “those who neglect their history are condemned to repeat it” is in dat kader ook hier van toepassing. Hierin ligt voor de toekomst van ons Koninkrijk de werkelijke waarde van het boek Gedeeld Koninkrijk: het vermogen om lering te trekken uit het (recente) verleden en herhaling van fouten te voorkomen.

Dames en Heren,

Het is mede daarom essentieel dat er ook, vanuit het perspectief van de andere spelers in het ontmantelingsproces, een soortgelijk boek wordt geschreven. Op een eerder moment gaf ik u immers al aan, dat we op Sint Maarten onvoldoende de pen hanteerden om onze geschiedenis vast te leggen. Het boek van Oostindie en Klinkers is daarom voor mij als Gouverneur van Sint Maarten het startschot om het initiatief te nemen voor een onderzoek naar de recente staatkundige hervormingen vanuit het Sint Maartense perspectief, dit met het oog op verder stappen voorwaarts in onze gedeelde en gezamenlijke Koninkrijk.

--------------------------------------------
Voetnoten:
i   Bladzijde 7, 2de alinea
ii   Bladzijde 12,  4de alinea
iii  Bladzijde 12/13, laatste en 1ste alinea.
iv1. De achtergrond (a, b)
a. Waarom werd gekozen voor de ontmanteling van de Nederlandse Antillen?
b. Waarom net in dit tijdbestek en niet eerder voor volledige?
   2. Het verloop van het process (c, d, e)
c. Welke verwachtingen leefden er bij verschillende partijen omtrent het proces en de resultaten?
d. Hoe harmonieus of conflictueus waren de relaties?
e. Hoe verliep het process staatkundig, politiek, ambtelijk c.q. organisatorisch?
   3.  Resultaat (f, g)
f. Welke uitkomsten tekenden zich af en werden deze door de betrokkenen gewaardeerd?
g. Welke partijen en/of overwegingen legden in de besluitvorming en uitvoering het meeste gewicht in de schaal?
v   Bladzijde 7, 2de alinea
vi  De drie Bovenwindse Eilanden werden in 1845 bij de kolonie Curaçao en Onderhorigheden  onder een Gouvernement gebracht.
vii  Bladzijde 21, 1ste alinea
viii Bladzijde 261, 3de alinea
ix   Bestaand uit een kleine groep mensen met als kerngroep: Sarah Wescot-Williams (leider DP), William Marlin (leider NA), Eugene Holiday (voorzitter WGC), Dennis Richardson (project leider), en Joane Dovale-Meit (Secretaris WGC).
x  Exclusief Aruba
xi  Woord vooraf, bladzijde 7, 1ste alinea
xii Epiloog, bladzijde 283, voorlaatste alinea